Buzzy bees

Topic
Icon data statistics
Gegevens en statistieken
Icon geometry
Geometrie
Icon mesurement
Meten en metend rekenen
Icon numbers operations
Getallenkennis
Age category
6 - 9 jaar

De kinderen leren over het leven en het gedrag van de bijen. Ze ervaren de voordelen van zeshoekige structuren, zoals terug te vinden is in de honingraten van de bijenkorf. Ze decoderen en lezen de bijentaal en gebruiken deze ook in een spel waarbij ze samen met de klas zoveel mogelijk nectar moeten trachten te verzamelen.

 

Aan te pakken problemen:

  • Hoe leven bijen?
  • Wat is de relatie tussen bijen en hun omgeving (de bloemen)?
  • Waarom en hoe communiceren bijen met elkaar?
  • Kunnen we de bijencode decoderen en lezen?
  • Hoe kunnen we zoveel mogelijk nectar verzamelen door gebruik te maken van de bijentaal?
  • Waarom gebruiken bijen zeshoekige structuren in hun bijenkorf?
  • Hoe kunnen we zelf een honingraat maken?

Aansluiting bij de werkelijkheid

Bijen hebben het momenteel hard te verduren. Hun aantallen verminderen zienderogen. We willen hen helpen… Maar om dat goed te kunnen, moeten we meer te weten komen over hoe ze leven. Tijdens deze activiteit leren we over hun manier van leven, en ontdekken dat deze kleine diertjes super intelligente wezens zijn!

Vaardigheden

  • Zich verwonderen over en waardering tonen voor de natuur
  • Zoeken naar antwoorden gebaseerd op onderzoeksvragen, verzamelen en analyseren van data, en formuleren van bevindingen
  • Ontwerpen en bouwen van een technisch systeem (honingraat) door het hanteren van technische hulpmiddelen en materialen
  • Onderzoeken hoe een technisch systeem (honingraat) ontworpen kan worden dat voldoet aan criteria
  • Logisch en algoritmisch denken: lezen en begrijpen van een algoritme om een probleem op te lossen
  • Logisch en algoritmisch denken: toepassen en controleren van een algoritme om een specifieke taak op te lossen
  • Observaties zichtbaar en interpreteerbaar kunnen voorstellen, bijvoorbeeld in een grafiek

Kennis

  • Verwoorden hoe bijen leven, communiceren en verklaren waarom dit zo is
  • Verwoorden van de eigenschappen van zeshoekige structuren

Bijen hebben het hard te verduren

De kinderen maken kennis met de context van de activiteit: bijen hebben het hard te verduren.

(Verschillende mogelijkheden: vb. via een prentenboek, nieuwsbericht, …
Bijvoorbeeld:
https://www.ketnet.be/karrewiet/02-maart-2018-europa-gaat-bijen-beschermen)

De kinderen bespreken de relatie tussen bijen en bloemen:

  • Waarom hebben bijen bloemen nodig?
  • Waarom hebben bloemen bijen nodig?
  • Welk probleem of problemen hebben bijen?
  • Wat veroorzaakt het probleem?

De kinderen kunnen gevraagd worden om hierover onderzoek te doen

(vb. informatie verzamelen via boeken, wiki’s, websites …)
Een interessante bron:
www.levedebijen.be  

(kernwoorden: bestuiving, nectar, honing, pesticides, klimaatverandering, …)

Observatie buiten: groepswerk - discussie

De kinderen gaan naar buiten om te zoeken naar bijen en andere kleine kriebeldiertjes.

  • De kinderen bespreken:
    • Kunnen we bijen vinden in onze schoolomgeving? Waarom wel/niet? Waar moeten we zoeken?
    • Kunnen we andere kleine kriebeldiertjes vinden? Welke? Waar?
  • De kinderen gaan naar buiten. Elke groep zoekt naar diertjes in een specifieke omgeving. Je kan dit afbakenen in tijd (vb. 10’) en in ruimte. Op basis van de observaties kan een grafiek gemaakt worden, die toont hoeveel diertjes van welke soort (of groep) gevonden zijn.

Bijvoorbeeld
- de soorten kriebeldiertjes staan op de X-as

- het aantal kriebeldiertjes wordt weergegeven op de Y-as (vb. m.b.v. 1 post-it per kriebeldiertje)

grafiek

Een alternatieve aanpak:

Alvorens naar buiten te gaan, maken de kinderen hun eigen tabel waarin ze kunnen turven (vb. een blad papier met 2 kolommen: in de linker kolom staan de verschillende dieren die ze willen observeren, in de rechter kolom kunnen ze turven elke keer ze een diertje waarnemen). In de klas kan dan een grafiek opgesteld worden met alle resultaten vanuit elke groep.

De kinderen bediscussiëren de grafiek. Ze analyseren de resultaten:

  • Welke kolom is het hoogst? Wat betekent dit?
  • Welke diertjes vonden we het meest terug?
  • Hoeveel meer … vonden we in vergelijking met …?
  • Hoeveel bijen hebben we geteld?
  • Zijn er veel bijen in vergelijking met andere diertjes?

De kinderen denken na over redenen waarom er niet veel, of juist wel veel, bijen terug gevonden werden.

Laat hen vooral nadenken over de relatie tussen bijen en bloemen.

Het honingraatmysterie (zie ook tips & tricks): groepswerk

De kinderen onderzoeken hoe een honingraat opgebouwd is.

  • De kinderen maken kennis met de levenswijze van bijen.  

“Honingbijen zijn sociale diertjes, ze leven samen in grote groep in een heel compacte woning, de bijenkorf. In deze bijenkorf, die gemaakt is van was, bewaren ze hun voedsel (honing), leggen ze hun eitjes en verzorgen ze hun larven. Ze moeten daarvoor kamertjes maken (cellen) (een beetje zoals de kinderen hun boekentassen of turnzakken opbergen). Welke vorm zouden de kamertjes het best hebben?

Jullie moeten weten… de bijenkorf is gemaakt van was en ‘was’ is heel duur om te maken. Bijen hebben heel wat honing nodig om een beetje was te kunnen maken. De uitdaging is dus, om zo weinig mogelijk was te gebruiken om de kamertjes te bouwen.”

 

bijenkorf
A beehive,
© Wikipedia

" "
© Bartamarabara

Laat de kinderen kennis maken met dingen die gemaakt zijn van ‘was’, zoals kaarsen – of wanneer je in de mogelijkheid bent, breng dan een bijenkorf of honingraat mee naar school (zonder de bijen uiteraard) of ga eens op bezoek met de kinderen bij een imker in de buurt.

“In de kamertjes van de bijenkorf leven de larven. Larven hebben eigenlijk de vorm van een ‘worst’. Als we stukjes van een worst snijden dan krijgen we schijfjes (cirkeltjes) (vooraanzicht).”

larvae" "

© Wildlife GMBH/ALAMY

Uitdaging 1 - Maak een kamertje waarin een larve precies past.

De kinderen zoeken in kleine groep (3-4 kinderen) een oplossing via het materiaal dat ze krijgen, bv.   

  • Lego blokjes (Lego Technic) (1 rij van 16 topjes)
  • Cirkel (uit papier gesneden) met diameter 20 cm (p.15)

Criterium:

  • Gebruik zo weinig mogelijk materiaal (lego blokjes) om het kamertje van de larve (cirkel) te maken (het materiaal (was) dat de bijen gebruiken om hun kamertjes te bouwen is heel duur)

" "  " " " "

De kinderen bediscussiëren de resultaten van de verschillende groepjes:

  • Welke vormen werden er gemaakt?
  • Wie gebruikte het minst aantal blokjes?
  • Wie het meest?

Leg de blokjes van elke groep naast elkaar: vormen lijnen (langere lijn = meer blokjes werden gebruikt, bijvoorbeeld: vierkant (8x16 = 128 topjes), zeshoek (6x16 = 96 topjes), …). De kinderen kunnen vaststellen dat de zeshoekige structuur de kortste lijn vormt.*

* Misschien vraagt een kind wel naar kortere stokjes. Maar zelfs dan zullen de kinderen kunnen constateren dat een zeshoekige structuur een betere optie is (vb. vierkant met 1 zijde = 26 topjes, x 4 = 104 topjes … Wat nog steeds meer is dan bij de zeshoek (96 topjes))

Uitdaging 2 - Maak een huis voor zoveel mogelijk larven

Verdeel de klas in 5 groepen. Elke groep krijgt een groot aantal vormen (kamertjes) in papier (vb.20): driehoeken, rechthoeken, cirkels, vijfhoeken of zeshoeken (diameter vb. 10 cm (zie p.16-17)).

Met deze vormen moeten ze een groot blad papier (vb. A3) zo goed mogelijk proberen te vullen.

Criteria:

  • Plaats zoveel mogelijk kamertjes op een groot blad papier (vb. A3)
  • De kamertjes (cellen) moeten zo goed mogelijk aansluiten op elkaar (geen vrije ruimtes ertussen).

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/3/37/Bienenwabe_mit_Eiern_und_Brut_5.jpg/220px-Bienenwabe_mit_Eiern_und_Brut_5.jpg " "
© Wikipedia

De kinderen bediscussiëren de resultaten van de verschillende groepen:

De honingbijen hun huis bestaat uit zeshoeken, daarvoor hebben ze het minst materiaal (was) nodig en zeshoeken sluiten mooi aan op elkaar.

“Al de kamertjes liggen samen in één vlak, dit is de honingraat, en al die honingraten samen vormen dan de bijenkorf.”

Kinderen zullen zien dat vijfhoeken heel wat open ruimtes laten, en zeshoeken heel goed op elkaar aansluiten en geen open ruimtes laten.

De kinderen formuleren een besluit over het huis van de honingbijen: Welke groep heeft de meeste kamertjes (vormen)? Hoeveel kamertjes tellen we?   Welke groep heeft open ruimtes tussen de kamertjes (vormen)? Welke groep heeft dit niet?

Een honingraat bouwen

De kinderen ontwerpen en bouwen een honingraat.

  • De kinderen bekijken een film die het leven van de bijen in een bijenkorf toont. Ze zien in dit fragment de larven in hun kamertjes. Ze zien hoe de kamertjes bestaan uit zeshoeken en verticaal zijn gestapeld.

Bijvoorbeeld:

https://www.youtube.com/watch?v=lE-8QuBDkkw

  • De kinderen gaan in kleine groep (3-4 kinderen) aan de slag om een 3D honingraat te ontwerpen en maken met stevig papier en lijm (een grote variëteit aan materialen is ook mogelijk). Ze zullen deze honingraat nodig hebben in een spel om nectar te verzamelen (zie 6).

Criteria:

  • Geen open ruimte tussen de verschillende kamertjes
  • De honingraat moet sterk zijn (vb. moet verticaal blijven staan)
  • De honingraat moet minstens 50 cm x 50 cm groot zijn
  • De kinderen bedenken een manier om de kamertjes en honingraat vorm te geven. De ideeën worden na enige tijd uitgewisseld tussen de verschillende groepen.

Voorbeeld:

honingraat

Dansen zoals bijen: hoe bijen met elkaar praten

De kinderen zoeken uit hoe en waarom bijen ‘praten’ met elkaar.

“Honingbijen leven met heel veel samen in een bijenkorf. Het zijn sociale dieren. Ze praten met elkaar.”

  • De kinderen bekijken filmpjes en bediscussiëren volgende vragen:
  • Welke beweging maakt de bij? Hoe ziet de dans van de bij eruit? Kan je daar een tekening van maken?
  • Wat denk je dat bijen tegen elkaar moeten zeggen? Wat is er precies belangrijk voor bijen? Wat hebben ze nodig?

Voorbeeld filmpjes:

https://www.youtube.com/watch?v=YHXt_CVCCg4 (stop op sec 56)

https://www.youtube.com/watch?v=G0PiSBf6f28

https://www.youtube.com/watch?v=13uP6qYHTWM

bees2

“Bijen zijn altijd op zoek naar bloemen. Ze vertellen aan elkaar waar de bloemen zijn, hoever ze zijn, in welke richting, ... bijen gebruiken de zon als oriëntatiepunt. De top van de bijenkorf stelt de plaats van de zon voor op dat moment.”
In het voorbeeld hierboven bevinden de bloemen zich in het noordoosten.

top van de bijenkorf
Top

In het voorbeeld hierboven bevinden de bloemen zich pal in de richting van de zon.

“Maar er is nog meer dat bijen vertellen aan elkaar. Ze vertellen elkaar ook hoe ver de bloemen verwijderd zijn van de bijenkorf.”

3

Hoe mee de bij waggelt met haar achterlijf (zigzagbeweging), hoe verder de bloemen verwijderd zijn.

4

dance

“En er is ook nog een andere dans. De bij danst in een cirkeltje wanneer de bloemen heel dichtbij zijn, namelijk minder dan 50 m verwijderd van de bijenkorf.”

Samengevat:

4 soorten dansjes: dicht/ver/verder/heel ver
(4 symbolen: hoe meer de bij waggelt met haar achterlijf, hoe verder de bloemen verwijderd zijn)

closedicht

farver

fartherverder

very farheel ver

 

2. Collecting nectar

This activity takes place on a large field such as a play garden or other open space.

In fact, this activity is a game in which children have to become ‘bees’ in a bee hive and have to collect as much nectar as possible from flowers in the field based upon the different bee dances.

Divide the class into small groups (3-4 children per group).

 

What do you need?

 

A large open space: see map on p. 9 of the template for children. In the centre there is a bee hive, with flowers in the different wind directions. In each wind direction there are 4 ‘flowers’ corresponding to the codes of the bee dances: close – far – farther – very far.

  • The bee hives the children made before can be put in the centre of the open field. Make enough room here, so that everyone can be in the centre of the field. This will be the where the children will have to collect as much nectar as possible from the flowers.

5grasdaal

 

  • Now put flowers in the different wind directions.
    There are 4 kinds of dance and 4 wind directions, so 16 combinations are possible (If you work with 8 wind directions, you can have even more combinations, 32: all possible codes can be found in the worksheets for children, see the template for children p. 10-13).

Flowers with nectar: These can be toy blocks which are spread in the field.

 

nectar

The map of the playground (see the template for children)

Each group gets this map on a large piece of paper.

On this poster there is a drawing of the sun as an orientation point: the sun is in the top centre of the worksheet. You can make it more difficult e.g. by putting the sun to the side).

The orientation of the map is based on the sun: the sun on the map needs to be in the real direction of the sun!

 

Worksheets with the codes. There are 4 kinds of dance and 4 wind directions, so 16 combinations are possible (but if you work with 8 wind directions, you can have even more combinations, 32: all possible codes can be found in the worksheets for children, see the template for children).

 

Each group gets 5 to 10 codes (see p. 10-13 of the template for children), and a map of the playground (see the template for children).

The children need to search for the nectar based on the codes.

Give each code a number. If a child gets the code, he/she has to put this number in the right place on the map.

In this way, it is can be checked afterwards.

e.g. 

kaartvb2

For each code, a child can take one piece of nectar and put it in the honeycomb.

Keep in mind!

  • The orientation of the map! The sun has to be in the right direction!
  • the sign ‘*’ (sun) on the cards with codes, is the top of the honeycomb, which represents the sun.

 

There is a limited amount of time... This is no game to win or lose. Each group has to collect as much nectar as possible in order to make as much honey as possible with the whole group.

 

An extra activity can be carried out in the class only with the map and the codes: E.g. Every 30 seconds, a card with a code is passed through, and children have to draw the route for each code on the map.

Reflection

After the activity, there is the opportunity for reflection:

- How much nectar was collected in each group?

- What went well? What could be better?

- In what way can bees work faster?

- What is difficult about the bee code?

Materials

Bees are having a hard time:

  • Computer or other device in order to search on the internet
  • Books about bees
  • Template for children (worksheets)

 

Investigation in nature: outdoor observations:

  • Pen, pencil
  • Paper
  • Template for children (worksheets)

 

The home of the bees – the honeycomb conjecture:

  • Large piece of paper (A3) for each group
  • Circle (paper): diameter 20 cm (for each group)
  • Sticks in order to build the cells (can be Lego sticks of 16 nops, but you can also use small wooden sticks such as brochette sticks and then measure the length)
  • Paper, scissors
  • Template for children (worksheets)

 

Design your own honeycomb:

  • Paper, glue, scissors
  • Template for children (worksheets)

 

Decoding the language of bees:

  • Possibility of showing ‘YouTube’ clips
  • Template for children (worksheets)

 

Collecting nectar:

  • Template for children (worksheets)
  • Plan of the playground (see p. 9 of worksheets for children)
  • Worksheets with the different bee dance codes (you can decide yourself how many codes each group has to tackle)
  • Beehive (which children made during the activity ‘design your own honeycomb’)
  • Something that can represent ‘nectar’ on the playground (e.g. toy blocks)

Grouping

Groups consist of three to max. four children.

You can use mixed groups but be sure that the groups are mixed in a way that allows children to work together and use their problem solving skills, creativity, motor skills together.

Useful questions

Bees are having a hard time:

  • Why do bees need flowers?
  • Why do flowers need bees?
  • Why are bees in danger?

 

Investigation in nature – outdoor observations:

  • How many bees have we counted?
  • Are there a lot of bees compared with other creepy creatures?

 

The honeycomb conjecture

  • With which form did you use the least amount of sticks?
  • Which form is the most useful one? Why is that? How does that come about?

 

Strange behaviour – decoding the language of bees

  • How do bees talk to each other?
  • Why should they talk to each other?
  • Which movement can you see in the dance? Can you make a drawing of it?
  • What do you think bees need to say to each other?
  • In which direction do you think the flowers are now?
  • What would the bee do if the flowers are in another direction? What will change?
  • What is the difference with the former dance? What does that mean?

 

Collecting nectar

  • How do we have to orientate the map? (based on the sun)
  • What does the bee dance code mean?
  • What is the best procedure in every group in order to collect as much nectar as possible?
  • How much nectar was collected in each group?
  • What went well? What could be better?
  • In which way can bees work faster?

What is difficult about the bee code?

Adaptations

This is rather an activity for children of 7-9 years of age. Children can also be older, when you can make the activities more challenging.

Not all activities are entirely necessary. It is your choice as the teacher whether to do all activities or select just some of them.

Within each activity, there are possibilities to differentiate.

E.g. you can put the sun in a different place on the map. This makes it more difficult to orientate.

E.g. you can add more codes within the group to make it more challenging.

E.g. You can use 4 wind directions, but you can also expand to 8 wind directions.

Assessment

Teacher’s assessment:

Assessing will take place in a formative way, especially regarding:

  • Problem solving (e.g. in order to find the right solution for the shape of the cells of the beehive)
  • Planning (e.g. planning in the group how to get as much nectar as possible from the flowers)
  • Reflecting (e.g. reflecting on the process of the game: how did the children work together in order to collect as much nectar as possible?)
  • Collecting, analysing and interpreting data (e.g. during outdoor observation: collecting results and representing in a graph and interpreting the graph//e.g. interpreting the bee dance codes)
  • Algorithms and procedures (e.g. how could children use procedures efficiently in order to come to a solution: The children had to do it all the time during the game: finding a procedure in their group in order to collect as much nectar as possible.

Students' assessment:

  • Cooperate and add value to group work
  • Schedule tasks, time and resources
  • Individual contribution to the work
  • Reflect on the process and results of the different stages of this activity
  • Transforming observations in representing data
  • Analysing and interpreting data from a table
  • Information skills (gathering data from the internet and/or books)
  • Logical and algorithmical thinking (reading, applying and controlling an algorithm, e.g. bee dance)
  • Designing and producing a real ‘model’ (the bee hive) from a design they made on paper
  • Orientation on a plan

 

Tips & Tricks

The honeycomb conjecture

 

This is one of the oldest research questions in maths, called the ‘the honeycomb conjecture’.

Which form is the most efficient in order to divide a surface into regions of equal area with the least total perimeter. This was proven in 1999, by mathematician Thomas C. Hales. (https://en.wikipedia.org/wiki/Honeycomb_conjecture)

https://www.youtube.com/watch?v=kxDEcODUEP0 

 

Where do you see it in everyday life?

 

-Hexagonal pales

-Pens and pencils: (they are stronger, less wasted material)

-Football:

-Compound eyes of insects (as many elements as possible on a small surface)

-Nuts and pins (strong, easy to handle, less material in order to make them)

-Beer mats (less cutting from carbon)

-Everything in nature is built by molecule-chains of 5 or 6 angles

- Solar panels on satellites (modular and surface)

- ... 

 

Afbeelding verwijderd.

Some remarks about the challenging task: 1. Make a room for a larva into which it fits: If one uses very short sticks, a circle will be the best solution for this challenge. The perimeter of a circle is smaller than this for a hexagon, when you want to fit in a circle of the same diameter. Why don’t bees make cylinder to breed their larvae in? To find an answer. you also need to do challenge 2. Hexagons piled together will leave no empty spaces in between.

Where’s the STEM in the activity?

1. Introduction - bees are having a hard time

Science: learning about the life of the bees (relationship between flowers and bees)

 

2. Outdoor observations: making an outdoor observation graph

Maths: counting, analysing data by making a graph

Science: observing, sorting and comparing organisms

 

3. The home of bees: investigating hexagonal shapes and designing a honeycomb

Technology - engineering: designing and constructing a honeycomb based on criteria and optimising.

Maths: learning about hexagonal shapes and how to build them

 

4. Dancing like bees: decoding and reading the language of bees

Maths: orientation, analysing data, algorithms and procedures

Science: observing, learning about the living conditions and behaviour of bees.

Technology: designing a program to…

Engineering: combining ideas to evolve into one optimised design