Sterrenbeelden

Topic
Icon geometry
Geometrie
Icon mesurement
Meten en metend rekenen
Icon numbers operations
Getallenkennis
Age category
6 - 9 jaar

Leerlingen verkennen de sterrenhemel. Ze maken een telescoop met een sterrenbeeld in miniatuur. Ze creëren een eigen sterrenbeeld. 

Aan te pakken problemen: 

Hoe kunnen we een sterrenbeeld vinden en herkennen aan de sterrenhemel? Hoe kunnen we hiervoor een hulpmiddel construeren? Hoe maken we een telescoop met een sterrenbeeld in miniatuur? 

Aansluiting bij de werkelijkheid

De sterrenhemel spreekt tot de verbeelding. Wat zien we allemaal? En wat kunnen we zien door een telescoop? Als we heel goed kijken, kunnen we sterrenbeelden zien. Of lukt het toch niet door lichtvervuiling ... 

Sterrenbeelden vinden en herkennen is niet zo eenvoudig. Het construeren van een hulpmiddel om de sterrenbeelden beter te leren kennen, lijkt dan ook een goed idee! 

Vaardigheden

Wiskunde:

  • Kiezen en toepassen van geschikte wiskundige methodes om berekeningen en metingen uit te voeren en routinetaken op te lossen 
  • Wiskundig redeneren 
  • Wiskundige begrippen gebruiken bij het bespreken van vragen, berekeningen, conclusies, ... 

Techniek - Engineering: 

  • Identificeren van problemen die kunnen opgelost worden met technische oplossingen (verschillende toepassingsgebieden van techniek - techniek en wetenschappen gaan hand in hand)
  • Identificeren en analyseren van technische oplossingen i.v.m. functie, bruikbaarheid, werking, vormgeving, ... 
  • Ideeën bedenken voor technische oplossingen om problemen op te lossen, deze oplossingen uitvoeren, testen en bijsturen. 

Kennis

Based on clear instructions, pupils can carry out field studies and other types of simple study dealing with stars (space).

Pupils, in addition, document their studies using different forms of expression and using their documentation from discussions and dialogues.

Pupils can solve simple problems in familiar situations by choosing and applying a strategy with some adaptation to the type of problem. Pupils describe their approaches and give simple assessments of the plausibility of results.

Pupils have basic knowledge of mathematical concepts and show this by using them in commonly recurring contexts in a basically functional way.

Pupils can describe the properties of concepts using symbols and concrete materials or diagrams. Pupils can also give examples of how some concepts are related to each other.

In addition, pupils can use basic geometric concepts and common location terms to describe properties of geometric objects, their location and relationships.

Pupils can choose and use basically functional mathematical methods with some adaptation to the context to make simple calculations with natural numbers and solve simple routine tasks with satisfactory results.

Pupils can also reproduce and, based on instructions, construct simple geometric objects. Pupils can take simple measurements, make comparisons and estimates of length, mass, volume and times and use common units of measurement to express results.

Pupils can describe and discuss their approaches in a basically functional way and then use concrete materials, diagrams, symbols and other mathematical forms of expression with some adaptation to the context.

Pupils can apply and follow mathematical reasoning to choose methods and methods of calculation, and to assess the plausibility of results, random events, geometric patterns and patterns in number sequences by posing and answering questions which are basically related to the subject.

National curriculum

  • Natural numbers and their properties and how numbers can be divided and how they can be used to specify quantities and order.
  • Parts of a whole and parts of a number.
  • Assessing plausibility when using simple calculations and estimates.
  • How simple patterns in number sequences and simple geometric forms can be constructed, described and expressed.
  • Basic geometric objects including points, lines, distances, quadrilaterals, triangles, circles, spheres, cones, cylinders, cuboids and their relationships.
  • Basic geometric properties of these objects.
  • Construction of geometric objects. Scale for simple enlargement and reduction.
  • Common terms to describe an object’s position in space.
  • Comparisons and estimates of mathematical quantities. Measurement of length, mass, volume and time in common contemporary and older measurement units.

Inleiding over 'de sterrenhemel': klasgesprek - individuele opdracht

De leerlingen maken kennis met de context: de wondermooie sterrenhemel. De leerkracht bevraagt hun voorkennis over sterren(beelden). 

De leerlingen krijgen de opdracht om thuis naar de sterrenhemel te kijken en hun observaties te noteren of tekenen. 

De observaties van de leerlingen worden in de klas besproken. De leerkracht toont foto's van 'een rijke' sterrenhemel en een sterrenhemel zoals de leerlingen die kunnen zien. Lichtvervuiling, de telescoop als hulpmiddel, ... komen aan bod. 

Filmfragmenten over sterrenbeelden

De leerlingen maken verder kennis met de sterrenhemel en sterrenbeelden via één of meerdere filmfragmenten. 

Ze komen te weten dat een sterrenbeeld ontstaat doordat we sterren (die bij elkaar lijken te horen) verbinden met lijnen zodat een herkenbare vorm ontstaat. Er is hierbij wel enige verbeelding nodig: zo lijkt bijvoorbeeld de Grote Beer eerder op een eigenaardige steelpan dan op een beer. 

Sterrenbeelden bestuderen: groepswerk

De leerkracht vertelt een mythe over een bepaald sterrenbeeld. De leerlingen komen te weten dat de mens al van oudsher gefascineerd is door de sterrenhemel. 

In kleine groep bestuderen de leerlingen één sterrenbeeld naar keuze. Ze stellen het sterrenbeeld voor aan de klas, ze tonen een afbeelding en vertellen de bijhorende mythe.  

Constructie van telescoop en sterrenbeeld: groepswerk

Sterrenbeelden zijn niet eenvoudig te vinden en herkennen. De leerlingen krijgen de opdracht om een telescoop te construeren waarmee ze naar één of meerdere sterrenbeelden kunnen kijken. 

Er zijn 2 opties mogelijk (zie werkbundel leerlingen), waarbij de leerlingen meer of minder gestuurd worden in de uitwerking van hun telescoop.  

De leerlingen: 

  • construeren een sterrenbeeld op dik zwart papier (meten, prikken, ...),
  • construeren een telescoop (past hun sterrenbeeld erin? kunnen ze naar meerdere sterrenbeelden kijken? ...),
  • decoreren de telescoop.

De leerlingen kunnen de telescoop gebruiken als hulpmiddel om hun sterrenbeeld terug te vinden aan de hemel. 

Een eigen sterrenbeeld ontwerpen: groepswerk

De leerlingen analyseren hun sterrenbeeld wiskundig: geometrische figuren, afstanden, ... (zie werkbundel leerlingen). 

De leerlingen ontwerpen een eigen sterrenbeeld (verschillende geometrische figuren, afstanden, ...). Ze gebruiken hun verbeelding en geven hun sterrenbeeld een toepasselijke naam. 

Evaluatie en reflectie: groepswerk

De leerlingen blikken terug op de activiteit, het groepswerk, ... 

Materialen

  • Informatiebronnen over het heelal, de sterrenhemel, ... (internetbronnen, boeken, ...)
  • Per groep voor ontwerp van telescoop en sterrenbeeld:
    • papier en plakband of papieren cilinders
    • dik zwart karton
    • priknaald
    • passer
    • meetlat
    • potlood
    • versiering  
    • ... 

 

Groeperingsvorm

Afhankelijk van de fase kunnen de leerlingen samenwerken op basis van verschillende groeperingsvormen (2, 3 of 4). Wanneer de leerlingen de telescoop en de sterrenbeelden construeren werken ze het best in duo.

Nuttige vragen

1. Inleiding over 'de sterrenhemel'

  • Wat zie je aan de hemel?
  • Wanneer zie je het meest aan de hemel? 
  • Wat zie je als je naar boven kijkt als het donker is? 
  • Wat heb je gezien? Hoe heet dat? 
  • Waarom zag je veel? Of net niet? Hoe zou dat komen? 
  • Wat gebruiken we om beter naar de sterren te kunnen kijken? 
  • Hoe werkt een telescoop? 

2. Filmfragmenten over sterrenbeelden

  • Wat heb je gezien? Hoe heet dat? 
  • Wat is een sterrenbeeld? 

3. Sterrenbeelden bestuderen

  • Hoe ziet het sterrenbeeld eruit? Waaraan doet het jullie denken? 
  • Hoe heet het sterrenbeeld? Waarom heet het zo? 
  • Wie heeft dit sterrenbeeld ontdekt? 

4. Constructie van telescoop en sterrenbeeld

  • Hoe werkt jullie telescoop? 
  • Hoe bevestig je het sterrenbeeld aan de telescoop? 
  • Hoe geef je het sterrenbeeld verkleind weer? 
  • Hoe kunnen jullie ervoor zorgen dat jullie het sterrenbeeld kunnen zien wanneer je door de telescoop kijkt? 
  • Hoe zou je naar verschillende sterrenbeelden kunnen kijken met jullie telescoop? 

5. Een eigen sterrenbeelden ontwerpen 

  • Hoe ziet jullie sterrenbeeld eruit? 
  • Wat stelt het voor? 
  • Welke vormen komen voor in jullie sterrenbeeld? 
  • Hoe heet jullie sterrenbeeld? Waarom? 

6. Evaluatie en reflectie

  • Hoe hebben jullie het project ervaren? Wat blijft jullie bij? 
  • Wat zouden jullie nog willen te weten komen? 
  • Wat zouden jullie de volgende keer anders doen? Waarom? 
  • Hoe verliep jullie samenwerking? 

Aanpassingen

  • Deze activiteit kan aangepast worden zodat ze kan uitgevoerd worden met oudere kinderen: 
    • Dieper inhoudelijk ingaan op sterren, sterrenbeelden, ... (vb. sterren bevinden zich op verschillende afstanden ten opzichte van de aarde). 
    • Sterrenbeelden tekenen door hoeken te meten, op schaal te tekenen, ... 
  • De leerlingen kunnen uitgedaagd worden om hun telescoop zo te ontwerpen dat ze naar meerdere sterrenbeelden kunnen kijken, bijvoorbeeld ook hun eigen ontworpen sterrenbeeld. Ze moeten dan op zoek naar een oplossing om te kunnen wisselen van sterrenbeeld in hun telescoop. 

 

Evaluatie

Evaluatie door de leerkracht:

Evaluatie gebeurt op formatieve wijze in verband met: 

  • problemen oplossen (vb. ideeën bedenken om de telescoop te optimaliseren)
  • plannen (vb. strategie bepalen om het sterrenbeeld weer te geven in miniatuur)
  • uitvoeren (vb. nauwkeurig meten van afstanden tussen sterren) 
  • rapporteren (vb. voorstellen van (eigen)sterrenbeeld)
  • reflecteren 

Waren alle leerlingen betrokken tijdens de activiteit? Weten de leerlingen goed wat van hen verwacht wordt? Waren de vragen die je stelde als leerkracht duidelijk voor de leerlingen en stimuleerden ze hen tot effectief leren?

Evaluatie door de leerlingen:

  • Groepswerk (op basis van criteria zoals communicatie, initiatief, …)
  • Individuele bijdrage (via peer- en/of zelfevaluatie)
  • Reflectie 

Tips & tricks

  • De verschillende groepen kunnen met een zaklamp schijnen door hun telescoop en deze richten op het plafond. De leerlingen creëren zo samen een sterrenhemel voor sterrenbeelden.
  • Moedig de leerlingen aan om hun telescoop te gebruiken als hulpmiddel om hun sterrenbeeld te vinden en herkennen aan de sterrenhemel. Zorg er dus voor dat de leerlingen sterrenbeeld kiezen die duidelijk waarneembaar zijn in België. 
    Overzicht met sterrenbeelden
  • Geef de leerlingen de kans om hun telescoop te decoreren.